Zo herken je pesten

Pesten wordt omschreven aan de hand van deze kenmerken:  

  • Pestgedrag is systematisch, zich herhalend negatief gedrag.   
  • In tegenstelling tot plagen heeft pesten de expliciete bedoeling om te kwetsen.   
  • De gepeste wordt schade berokkend door de pester(s).   
  • Bij pesten is er sprake van een ongelijke machtsbalans. Pesters kiezen iemand uit die in hun ogen ‘zwakker’ is.   

Het gaat dus om gedrag waarbij een pester daadwerkelijk de bedoeling heeft om de ander te kwetsen. Het kan gaan om fysieke, verbale of psychologische agressie. Het gaat niet om iets eenmaligs, maar om het telkens opnieuw lastigvallen van dezelfde persoon.

De pester heeft meer (fysieke of sociale) macht dan de gepeste. Dat laatste is een heel belangrijk kenmerk van pesten. Dat maakt het immers mogelijk om een onderscheid te maken tussen pesten, plagen en ruziemaken. 

Verschil met plagen en ruzie

Plagen is van korte duur en speelt zich af tussen gelijken. Omdat er geen machtsverschil is, kan de ander makkelijk terugplagen. Dat wil niet zeggen dat plagen niet kwetsend kan zijn.

De term ‘plagen’ wordt ook wel eens gebruikt om pesten goed te praten of te minimaliseren. Omgekeerd wordt de term pesten soms te snel gebruikt als het over plagen, ruzie of ander storend gedrag gaat. 

Bij ruzie is er niet noodzakelijk een ongelijke machtsverhouding, zodat de kinderen en jongeren het meestal zelf kunnen oplossen.  

Cyberpesten: groter bereik en ook thuis

Cyberpesten heeft dezelfde vier hoofdkenmerken als offline pesten, maar dan via digitale kanalen zoals sociale media, apps en berichten. 

Doordat het online gebeurt, kan cyberpesten dag in dag uit en de klok rond doorgaan. Ook thuis is het slachtoffer dan kwetsbaar. Door digitaal te pesten kan de dader er een groter ‘publiek’ bij betrekken, wat de impact op het slachtoffer vergroot. Het vraagt minder lef van de pester.

In theorie kan cyberpesten anoniem, maar in ongeveer de helft van de gevallen weet het slachtoffer wel degelijk welke dader er achter de anonieme berichten zit. Heel wat jongeren zijn zowel online als offline slachtoffer van pesten. Het ‘gewone’ pesten en cyberpesten zijn dus heel erg met elkaar verweven. 

Vormen van pesten

Pesten kan verschillende vormen aannemen:

  • Fysiek lichamelijk pesten, waarbij er geweld aan te pas komt. Denk aan schoppen, slaan, duwen, enz.  
  • Fysiek materieel pesten: spullen van de gepeste afpakken, verstoppen of beschadigen. 
  • Verbaal pesten: beledigen, bedreigen negatieve opmerkingen, … 
  • Non-verbaal pesten: aanstootgevende gebaren, met de ogen rollen, … 
  • Relationeel pesten: iemand weigeren, negeren, geruchte verspreiden, roddelen, ... 

Rollen binnen een pestsituatie?

schema rollen binnen een pestsituatie

De pester

Doe de check of de pester beantwoordt aan volgende kenmerken.  

De pester:

  • is op zoek naar macht en waardering van de groep;
  • is meestal fysiek of verbaal sterker dan de gepeste; 
  • doet zich zelfzeker voor, maar is het daarom niet;
  • heeft weinig respect voor grenzen;
  • kan zich moeilijk inleven in de gevoelens van anderen; 
  • heeft weinig gewetensproblemen bij het pestgedrag;
  • vindt soms dat de gepeste erom vraagt;
  • is zich niet bewust van de gevolgen voor de gepeste;
  • ziet het gedrag zelf niet als pesten;
  • schrikt bij het horen van de gevolgen van hun gedrag.

Er bestaat geen eenduidige oorzaak waarom mensen pestgedrag vertonen. Uit verschillende onderzoeken worden wel een aantal verbanden duidelijk.  

  • Personen die weinig aandacht krijgen van hun opvoeders, die zelf fysiek worden gestraft en die voor hun eigen agressieve gedrag niet worden gecorrigeerd, lopen een grote kans om te gaan pesten.
  • Zelf gepest worden lijkt vaak een oorzaak van pestgedrag.
  • Voorbeeldgedrag van volwassenen kan invloed hebben op pestgedrag van kinderen en jongeren.

De gepeste

Doe de check of de gepeste beantwoordt aan volgende kenmerken.  

De gepeste 

  • kan afwijken van een of andere groepsnorm;
  • kan iemand zijn die goed in de groep ligt;
  • kan iemand zijn die minder goed in de groep ligt; 
  • mist soms een aantal sociale vaardigheden;
  • is onzeker;
  • komt niet voldoende voor zichzelf op;
  • wordt overbeschermd in de opvoedingssituatie. 

In een groep zal je zien dat ieders tolerantiegrens verschillend is. Daar waar de ene plagerijen of pesterijen zal weglachen en relativeren, zal de andere gekwetst achterblijven en op die manier een weerloze indruk maken die misschien nog meer ‘uitnodigt’ tot pesterijen.

Toch kunnen we nooit stellen dat iemand pestgedrag uitlokt. Niemand wil bewust gekwetst worden.  

De meelopers

Sommigen sluiten zich aan bij de pester en vormen zo een pestgroepje, de ‘meelopers’.

Dat kan komen door de bewondering die zij hebben voor de leidinggevende pester, of omdat ze er zelf voordeel uit kunnen halen (bijvoorbeeld: ze mogen mee-eten van het afgetroggelde pakje chips).

Een andere mogelijke reden is dat ze bang zijn om zelf gepest te worden. Of ze gebruiken het meepesten als uitlaatklep voor hun eigen frustraties.

De struisvogels

Daarnaast heb je de personen die niet reageren. Dat zijn de neutrale toeschouwers. Je kan ze ook de 'struisvogels’ noemen, zij steken hun kop in het zand.

Eigenlijk vinden ze het niet oké wat er gebeurt, maar uit angst om zelf gepest te worden reageren ze niet. Door het niet reageren van de omstaanders denken gepeste jongeren dat het hun eigen schuld is dat ze gepest worden.

De redder

Het zijn slechts enkelingen die de gepeste in bescherming durven te nemen en tegen de stroom in zwemmen.

De redder loopt het risico om zelf te worden afgewezen en het succes van de redding is afhankelijk van de sociale en fysieke status van de redder. ‘Redders’ zullen dat risico enkel nemen als ze zich kunnen identificeren met het ongemak en de ellende van de gepeste en als ze voelen dat hun tussenkomst iets kan veranderen.

Het is daarom belangrijk dat er een kader is waarbinnen men op een veilige manier kan reageren tegen het pesten.