Betrek collega’s

  • Je staat er als begeleider niet alleen voor. Een aanpak op maat vraagt ook een begeleider met een uitgebreid set van vaardigheden. Betrek daarom collega’s. Samen kan je meer. 
  • Wees discreet. Wanneer je andere collega’s inschakelt, communiceer hier dan liefst op voorhand over met het slachtoffer.

Pak het pesten aan met alle betrokkenen

  • Pesten is een groepsprobleem. Er is bijna nooit één dader. Pesten gebeurt omdat het kan en vaak zijn er mensen die het gedrag tolereren. 
  • Het probleem wordt daarom best aangepakt  samen met alle betrokkenen: de dader(s), de slachtoffer(s), de begeleider(s), de omstaanders, de ouders,… 

Reageren op pesten is niet gelijk aan éénmalig straffen uitdelen

  • Eénmalige straffen helpen zelden. Het kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de pester wraak wil nemen.  
  • Pesten is sociaal ongepast gedrag. We moeten in onze aanpak de betrokkenen positief gedrag aanleren. 

Installeer een laagdrempelig aanspreekpunt

  • Pesten blijft vaak nog verborgen.  Wil je tijdig kunnen reageren zorg er dan voor dat kinderen, jongeren, collega’s en ouders weten waar ze terecht kunnen met hun verhaal. Installeer daarom een laagdrempelig aanspreekpunt.  

Leg het verschil uit tussen klikken en melden

  • Pesten komt laattijdig in beeld. Bevestig naar je doelpubliek dat het goed is om betrouwbare mensen zelf op de hoogte te brengen. Maak een verschil tussen ‘klikken’ en ‘melden’. ‘Klikken’ doe je omdat je wil dat iemand een straf krijgt. ‘Melden’ omdat je wil dat iets ophoudt. 

Breng in kaart wat er gebeurde om te kunnen coachen

  • Registreer tijdens je gesprekken op één of andere manier wie wanneer pest, wat er gebeurt; om concreet zicht te krijgen op de situatie. Het doel van deze gesprekken is niet om tot een nauwgezette reconstructie van de feiten te komen. Je bent geen onderzoeksrechter.

Volg op 

  • Eenmalige interventies of straffen helpen zelden. Pesten vraagt herhaaldelijke opvolging afgestemd op je doelpubliek. 

Ga eerst in gesprek met het slachtoffer

Ga altijd eerst in gesprek met het slachtoffer. Dit gesprek heeft als doel

  • het slachtoffer te ondersteunen door empathisch te luisteren. 
  • te registreren wie wanneer pest, wat er gebeurt; dus een duidelijk concreet zicht te krijgen op de situatie. 
  • het bespreken van de opties, van welke stappen kunnen ondernomen worden.
  • het slachtoffer te overhalen betrouwbare mensen in te schakelen om hen te vertellen wat er gaande is. 
  • samen te zoeken naar manieren om te reageren op het pesten en pesten in de toekomst te voorkomen. 
  • de ondersteuningsnood van het slachtoffer in kaart te brengen. 

Ga al dan niet confronterend in gesprek met de pester

Zijn de feiten zwaar grens – en norm overschrijdend? Is de impact op het slachtoffer groot? Heb je een vermoeden dat de pester weinig schuldbesef en inlevingsvermogen toont? Dan heeft een confronterende aanpak de voorkeur. Spreek de pester dan duidelijk aan op diens gedrag.

Ga ook in gesprek met de omstaanders

De omstaanders van een pestsituatie zijn heel belangrijk. Schakel hen mee in als je een pestprobleem wil oplossen.  

  • Maak aan de toeschouwers en meelopers duidelijk dat het gepest moet stoppen.
  • Steun omstaanders om iets te ondernemen. Zonder de steun van deze groep haalt de pester minder voldoening uit het pesten.
  • Maak de groep meelopers en toeschouwers mee verantwoordelijk voor de oplossing van het pestprobleem. 
  • Maak een verschil tussen ‘klikken’ en ‘melden’. ‘Klikken’ doe je omdat je wil dat iemand een straf krijgt. ‘Melden’ omdat je wil dat iets ophoudt. 

Meer weten? 

  • Antwoorden op pesten op maat van jongeren vind je via watwat.be.
  • Help kinderen en jongeren met het terug goed maken via de sorrybox.
  • Oefen online rond conflicthantering via conflicthelden