Een rode draad in de zoektocht naar wat een residentiële plaatsing ‘effectief’ maakt is dat mensen in een zo normaal mogelijke situatie kunnen leven en ontwikkelen. Kinderen, jongeren en volwassenen in voorzieningen missen heel wat normale ervaringen, en daarmee ook ontwikkelingskansen.

Het loont daarom om in een voorziening ook te investeren in positieve voorbeelden van intimiteit en affectie, zoals het geven van een nachtzoen, getuige kunnen zijn van een warme en hechte relatie tussen begeleiders en doelgroep onderling, … en structureel na te denken over mogelijkheden in het experimenteren met romantische en/of seksuele relaties.

Beeld je volgende kenmerken in van residentiële settings en hoe dit invloed zou hebben op jouw seksuele ontwikkeling of seksueel welbevinden:

  • Met verschillende leeftijden samenwonen en leven
  • Met verschillende soorten beperkingen en/of kwetsbaarheden samenwonen en leven
  • Beperkt privacymogelijkheden: soms gedeelde slaapkamers, deuren die niet op slot mogen, gedeelde toilet- en doucheruimtes 
  • Professionele opvoeders die vaak wisselen 

Vaak ontbreken positieve boodschappen over liefde, relaties en seksualiteit, die mensen helpen in het leren aangeven van de eigen wensen en grenzen, en betekenis geven aan seksualiteit.

Negatieve boodschappen in het seksuele klimaat, of het slachtoffer of getuige zijn van (seksueel) geweld, zijn dan ook risicofactoren voor een afwijkende of verstoorde seksuele ontwikkeling en beleving. 

Check dus hoe de algemene beleidsvisie wordt weerspiegeld in de leefgroep: 

  • Worden romantische relaties en seks als problematisch ervaren? 
  • Is flirtgedrag tussen leefgroepgenoten iets wat begrensd en/of geproblematiseerd wordt? 
  • Krijgt je doelgroep, ook wanneer ze alles 'juist' doen, dezelfde kansen en experimenteerruimte op het vlak van relaties en seksualiteit?