Pedagogisch kader om te streven naar wat wél fijn is

Heel vaak wordt elke vorm van seksueel gedrag verboden in contexten waar jongeren samenleven. Enerzijds omdat een min-zestienjarige juridisch gezien geen seksuele activiteiten mag stellen, anderzijds omdat er een grote handelingsverlegenheid is om minderjarigen te begeleiden bij hun seksueel gedrag.  

Seksueel gedrag verbieden zorgt er echter niet voor dat jongeren seksueel gedrag niet meer stellen, maar dat ze het élders stellen. Elders, in een minder beschermende, onveiligere omgeving, waar er minder leerkansen zijn en minder kans tot beschermend ontwikkelen is.

Je vergroot dus het welzijn van de jongere als je seksueel gedrag bespreekbaar maakt in een leefgroep, en zeker door concreet te maken hoe het dan wél kan.  

Op die manier vergroot je het welzijn van jongeren én begeleiders en vermijd je dat begeleiders zich individueel verantwoordelijk voelen voor individuele vraagstukken over seksualiteit van jongeren.

Er is namelijk enkel wetgeving voor als het niet fijn is. Met dit kader maak je een pedagogisch kader om te streven naar wat wél fijn is. 

Een positieve visie op seksualiteit ontwikkelen

Ik begeleid een jongere van 15 jaar die graag seksuele handelingen wilt doen met een leeftijdsgenoot. Ik vind het heel goed dat hij hier vragen over komt stellen, maar ik heb geen kader om hierover te handelen. Wat kan er wel en wat kan er niet?  

Om jongeren professioneel te begeleiden, is een professioneel kader nodig. Heel vaak heeft een organisatie een visie op het welzijn van jongeren, maar wordt deze niet geconcretiseerd op seksueel gedrag.

Aanvullend op een breder algemeen beleid, kan je een visie op seksualiteit ontwikkelen. Lees hier een uitgebreider stappenplan om een visie op seksualiteit te ontwikkelen. (Intern link naar ‘hoe een visie ontwikkelen’) Deze korte tips en voorbeelden kunnen alvast helpen. 

Vertrek vanuit een positieve visie

“Aangezien we een leefomgeving aanbieden aan onze jongeren, vinden wij dat relaties en seksualiteit een belangrijk onderdeel vormen van ons beleid, net als andere aspecten van het leven.

De kern van deze visie is eenvoudig: relaties en seksualiteit kunnen zeer positief en versterkend werken. Ze zijn een potentiële bron van zowel fysiek als emotioneel welbevinden.”

Benoem zowel het kwaliteits-, preventie- als reactieniveau

“Om dit mogelijk te maken werken we in de eerste plaats aan een open en positieve cultuur.

Daarnaast willen we preventief inzetten op veiligheid en weerbaarheid om mogelijke risicosituaties zo goed mogelijk uit te sluiten.

Wanneer er incidenten plaatsvinden gaan we hier met zorg en volgens vastgelegde procedures mee om.”

Vertrek vanuit het ontwikkelingsgericht denken

“Onze kijk op een gezonde relationele en seksuele ontwikkeling bij jongeren sluit aan bij de visie van World Health Organisation

Ontwikkeling vraagt het opdoen van ervaring: “het mogen en kunnen aangaan van plezierige en veilige relationele en seksuele ervaringen; zonder dwang, discriminatie en geweld, waarin de rechten van alle personen worden gerespecteerd, beschermd en gerealiseerd” (WHO, 2010).

Benoem de concrete criteria van het Sensoa Vlaggensysteem om het inzicht te verhogen

Om ervoor te zorgen dat relaties en seksualiteit daadwerkelijk dit positieve effect hebben streven we een aantal basisvoorwaarden na. We streven ernaar jongeren en kinderen op te voeden opdat ze zicht krijgen in welk seksueel gedrag oké is en welk niet.

Daarvoor gebruiken we de 6 criteria van het Sensoa Vlaggensysteem: (1) wederzijdse toestemming (2) vrijwilligheid (3) gelijkwaardigheid (4) zelfrespect (5) ontwikkeling en (6) context (Frans, E. & Franck, W. Sensoa, 2010).

Concreet vertaald: 

  • Is er wederzijdse toestemming? 
  • Gebeurt dit vrijwillig (geen druk of dwang)? 
  • Zijn beide partijen gelijkwaardig? 
  • Komt het gedrag ook voor bij leeftijdsgenoten? 
  • Past het gedrag in de context? 
  • Houdt de initieerder van het gedrag rekening met gevolgen voor zichzelf? 

Hoe geef je jongeren inspraak in wat wel kan en wat niet kan?

Een deel van het leerproces kan je bereiken door samen met de jongeren de afspraken te concretiseren. Zo geef je jongeren inzicht in welk seksueel gedrag oké is en welk niet.

De kans bestaat dat jongeren niet op alle criteria zelf komen. Dan kan je nog aanvullen met wat ontbreekt.

Tegelijkertijd is niet alles wat jongeren wensen mogelijk en moet je soms begrenzen. Maar door de vraag aan de jongeren te stellen heb je wel meer kans om te komen tot een afsprakenkader dat breder gedragen is en écht inspeelt op de noden van de jongeren. 

Enkele tips: 

  • Maak dit gedrag zo concreet mogelijk.
  • Beschrijf niet enkel ‘wat niet mag’, maar benoem ook concreet ‘wat wel mag’.  
  • Simpele hoofdzinnen zijn het gemakkelijkst om te begrijpen.  
  • Onderstaande oefening kan je ook individueel met jongeren. 

Bevraag de jongeren wat oké seksueel gedrag is en wat niet oké is

Noteer op een flap wat ze als antwoord bij ‘oké’ schrijven en wat ze bij ‘niet oké’ schrijven. Laat ze eerst open brainstormen en geef ze ook ruimte om echt alles te antwoorden.  

Andere mogelijke vragen kunnen zijn: 

  • Wat vind jij belangrijk bij relaties, liefde, seksualiteit?  
  • Wat heb je nodig op het vlak van relaties, liefde, seksualiteit? 
  • Stel dat we de regels zouden veranderen op het vlak van relaties en liefde, hoe zouden jullie het aanpakken?  

Concretiseer waarom voor hen het ene gedrag oké is en het andere niet oké is

Ga het gesprek aan: 

  • Wat maakt dat dit gedrag oké? 
  • Wat maakt dat dit gedrag niet oké is? 
  • Hoe zou men het wél goed doen?  

Concretiseer wanneer seksueel gedrag wél oké is

Dat kan door de open vraag ‘Wanneer is seksueel gedrag wél oké?’ te stellen, of door onderstaande vragen te laten aanvullen: 

  • Wat kan wel en wat kan niet? 
  • Waar kan het wel en waar kan het niet? 
  • Met wie kan het wel en met wie kan het niet? 
  • Wanneer kan het wel en wanneer kan het niet? 

Hoe maak je concreet wat wel kan en wat niet kan?

Benoem verschillende vormen van seksualiteit en focus op wanneer het fijn is.

Vul in een afsprakenblad volgende zinnen aan:

  • Relaties hebben kan en mag als het voor beide partijen fijn is...
  • Knuffelen hebben kan en mag als het voor beide partijen fijn is...
  • Seks hebben kan als het voor beide partijen fijn is...
  • Masturberen kan als het fijn is...
  • Porno kijken kan als het fijn is...

Gebruik daarvoor de criteria van het Sensoa Vlaggensysteem.

Toestemming

  • Als we het allebei goed en prettig vinden, dan is het oké. 
  • Ik moet goed vragen of het oké is. 
  • Als ik het niet wil, dan moet ik dat zeggen en het niet doen. 
  • Als de ander zegt dat die niet wil, dan mag ik niet aandringen.

Vrijwilligheid

  • Ik doe het alleen omdat ik het zelf wil.  
  • Ik doe het niet om de ander een plezier te doen. 
  • Ik doe het niet omdat ik bang ben dat de ander boos zal worden. 
  • Ik mag niet aandringen als de ander niet wil.

Gelijkwaardigheid

  • Seksueel getint contact met iemand die veel ouder, sterker of slimmer is, is niet oké. 
  • Seksueel getint gedrag met iemand die veel jonger of zwakker is niet oké.

Ontwikkeling

  • Ik doe geen dingen waar ik te oud of te jong voor ben. 
  • Ik doe enkel iets waar ik me klaar voor voel.

Context 

  • Ik ben me bewust van de context.

Zelfrespect

  • Ik doe mezelf geen pijn. 
  • Ik denk na over de schadelijke gevolgen van mijn gedrag voor mezelf.