Bij het meemaken van een schokkende gebeurtenis gaan mensen door verschillende fases

Fase 1: tijdens het incident

Tijdens een zwaar incident verliezen de personen die getroffen worden hun vertrouwde, veilige gevoel. Hun wereld stort in.

De schokervaring gooit hun basisverwachtingen heel abrupt door elkaar. Ineens kan alles onvoorspelbaar, onveilig, zinloos, irrationeel en onrechtvaardig worden. Ze worden overmand door de vraag: ‘hoe moet het nu verder?’  

Emoties die daarbij kunnen horen zijn: 

  • schrik, ongeloof en verbijstering 
  • verlamming, machteloosheid, hulpeloosheid 
  • lichamelijke reacties: zweten, hartkloppingen, trillen, spierspanning, waas voor de ogen, ... 
  • hyperalert en adequaat handelen, met achteraf een gevoel van: 'Hoe heb ik dat toen gedaan?’ 
  • onverschilligheid en ongevoeligheid ten opzichte van mensen en gebeurtenissen 

Fase 2: direct na het incident

Naarmate het incident op zijn einde loopt, krijgen de betrokkenen een duidelijker beeld van wat er nu eigenlijk is gebeurd en wat de schade daarvan is.  

Emoties in deze fase kunnen zijn: 

  • verdriet 
  • verslagenheid 
  • lichamelijke reacties: trillen, hoofd en/of maagpijn, spierpijn/krampen 
  • woede en agressie 
  • opluchting dat de situatie voorbij is of onder controle lijkt 
  • schaamte 

Fase 3: de periode na het incident

In de periode erna kunnen er nog veel klachten blijven: 

  • angst voor herhaling 
  • verdriet  
  • nachtmerries over de gebeurtenis 
  • fysieke last 
  • schaamte 
  • sociale of relationele schade: geschonden vertrouwen, … 

Bij kinderen en volwassenen met een laag cognitief niveau zie je vaak: 

  • heel druk en uitbundig doen;
  • om kleinigheden huilen of boos worden;
  • verlies van vaardigheden zoals eten, praten, zindelijkheid.

Al deze gevoelens en gevolgen zijn normale reacties op een abnormale gebeurtenis. Ongeveer een kwart van de mensen houdt ernstige problemen over aan een schokkende gebeurtenis. Toch is in de meeste gevallen professionele hulp niet nodig.

De meeste mensen hebben wel last van de gebeurtenis, maar verwerken de schokervaring op eigen kracht en/of met hulp van personen uit de naaste omgeving.

Belangrijke voorwaarde is dat er een goede opvang is door leidinggevenden, collega’s, lotgenoten, vrienden en naaste familieleden.

Door steun en voorlichting over het gebeurde en over de psychische reacties die daaruit voortkomen kunnen ze de gebeurtenis sneller verwerken en een plek geven. 

Houden de gevoelens en reacties langer dan zes weken aan, dan kunnen ze wijzen op een verstoorde verwerking. Heeft iemand langer dan drie maanden last van bovenstaande reacties, dan is er professionele begeleiding nodig. 

Wat kan je als helpende buitenstaander doen?

In fase 1 heb je te maken met slachtoffers en eventuele omstaanders. Het incident is nog bezig of is net gebeurd.

  • Verwittig je leidinggevende, trommel collega’s op of roep andere hulp in en verdeel taken.  
  • Let altijd op je eigen veiligheid en daarna op die van slachtoffer(s), dader(s) en omstaanders.  
  • Ontferm je over de direct betrokkenen. Kijk welke zorg ze nodig hebben.  
  • Breng omstaanders weg naar een andere veilige en rustige ruimte waar ze opgevangen kunnen worden.  
  • Zeg wat er gebeurd is en wat er nu heel concreet gaat gebeuren.  
  • Beantwoord vragen en blijf eerlijk in je antwoorden. Als je iets niet weet, zeg dat dan.

In fase 2 wordt duidelijk wat er nu eigenlijk gebeurd is. Er rijzen vragen. Er ontstaat woede en verdriet over de situatie.

  • Laat de betrokkenen hun verhaal vertellen. Zo krijgen ze vat op wat er gebeurd is. Leg de nadruk op de erkenning van het feit dat ze iets ernstigs hebben meegemaakt. Wees beschikbaar: luister, erken en speel in op wat de ander nodig heeft. Emoties uiten mag, maar is geen doel op zich. Push dus niet.  
  • Accepteer dat mensen boos zijn of agressie tonen maar hou daarbij je eigen grens in de gaten. Als de agressie of woede over je persoonlijke grens gaat, laat dit dan eerst merken door dit te zeggen. ‘Je bent heel boos, ik begrijp het, maar hoe je nu roept, maakt me ongemakkelijk.’ Als de situatie niet verbetert, leg dan uit dat je zo niet verder kan praten en neem afstand van deze persoon. ‘Nu ben je te boos om verder te praten, we spreken verder als er  weer rust is.’ 
  • Ga niet mee in het zoeken naar een schuldige. Slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag denken vaak dat de schuld bij hen ligt. Maak hen duidelijk dat dit niet zo hoeft te zijn. 
  • Geef kort voorlichting over de effecten van schokkende gebeurtenissen. Normaliseer heftige gevoelens en reacties. Het zijn normale reacties op een abnormale gebeurtenis.  
  • Vertel hoe de zaken ervoor staan. Hou geen informatie achter en probeer het ook niet mooier te verpakken dan het is. Dit kan alleen maar voor meer boosheid en agressie zorgen. Wees open en eerlijk en zeg het ook als je iets niet weet.  
  • Zorg dat je niet te veel informatie geeft. Iemand die net iets ernstigs meemaakte, kan op dat moment weinig opnemen. Spreek liever af om de volgende dag nog een aantal zaken te bespreken.  
  • Betrek de context. Een zwaar incident en de gevolgen ervan raken immers niet alleen de direct betrokkenen. Ook de naaste omgeving kan hier last van hebben: familie, partner, vrienden, ... Licht hen in over wat er gebeurd is, hoe hun dierbare kan reageren en hoe ze de betrokkenen kunnen steunen. Doe dit alleen als de betrokken persoon hierachter staat en weet dat je anderen contacteert. Anders loop je het risico dat het vertrouwen in jullie relatie beschadigd wordt.

Ook in de dagen en weken na het incident blijft aandacht en steun vanuit de omgeving belangrijk.

  • Toon belangstelling, begrip en erkenning voor wat de ander is overkomen.  
  • Besef dat iedereen op zijn eigen manier reageert. 
  • Neem tijd om rustig te luisteren naar het verhaal. Weet dat wie getroffen werd vaak meerdere keren hun verhaal willen vertellen. Het is een manier om er grip op te krijgen. Tegelijkertijd hebben sommigen er geen behoefte aan om er iets over te vertellen, maar merk je een verandering in gedrag: stiller zijn, rustiger of onrustiger gedrag, vaker in conflict. Vis niet naar emoties. Lange tijd werd gedacht dat het spreken over gevoelens van angst en pijn de verwerking bevordert. Uit onderzoek blijkt dit niet per se zo is, het kan juist schadelijk zijn. Volg gewoon het ritme van de ander.  
  • Wees oprecht in je reacties en stel op een betrokken en niet-sensationele manier vragen over wat er is gebeurd, hoe het nu gaat en of je iets kan doen.  
  • Lever geen kritiek: zeg vooral niet hoe jij het anders aangepakt zou hebben.  
  • Let erop dat de getroffene voldoende rust en ontspanning neemt.
  • Vraag ook in de weken of maanden erna hoe het gaat.

Hoe zorg je goed voor jezelf als getroffene of betrokkene?

Rust

Verwerken vraagt tijd en energie. Daarom heb je rustmomenten nodig. Ga na wat je tot nu toe hielp om je te ontspannen. Zorg dat je voldoende slaapt, rust en ontspant. Beperk medicatie en genotsmiddelen.

Kijk ernaar

Zie de situatie onder ogen. Sta stil en erken wat er gebeurde. Gedachten en gevoelens verminderen als je ze uit.

Een goede strategie is praten en steun zoeken bij collega’s, vrienden of familie. Het kan deugd doen om de betekenis van wat jou overkwam samen te bekijken met iemand die jou goed kent.

Ben je niet zo’n prater? Teken, schrijf, sport of leef je uit in muziek of games of... Doen alsof er niets aan de hand is, je emoties verzwijgen of jezelf isoleren, in de hoop dat het vanzelf over gaat, verzwaart vaak de gevolgen.

Ga stap voor stap met angst om

Ga stapsgewijs de confrontatie aan met zaken die te maken hebben met het incident en die je nu eng vindt en daarom vermijdt.

Laat de afstand met het dagelijkse leven niet te groot worden

Zorg voor structuur. Neem gewoontes en routines zo snel mogelijk weer op. Het gevoel om weer grip te krijgen op het leven, geeft zelfvertrouwen en controle.

Durf dingen te vragen

Maak ook aan je omgeving duidelijk wat je helpt of stoort. Zo voorkom je misverstanden en help je jezelf om terug op je plooi te komen. 

Wat kan je als organisatie doen?

  • Werk richtlijnen en procedures uit rond opvang- en nazorg. 
  • Zorg voor opleiding en training van medewerkers rond collegiale opvang en rond het bieden van nazorg.  
  • Bied opvang en nazorg systematisch aan na een incident, zonder het te verplichten. Met verplichte nazorg kan het lijken dat je de draagkracht van de getroffene(n) onderschat. Bied het aan en laat de keuze om er al of niet op in te gaan bij de getroffene(n). Herhaal het aanbod enkele malen op gezette tijden.  
  • Zorg voor informatie en voorlichting over het verwerken van schokkende gebeurtenissen,  zowel voor de betrokkenen als voor hun naasten.  
  • Breng in kaart naar wie je kan doorverwijzen voor verdere behandeling als iemand vier tot zes weken na het incident er nog last van heeft.