In een voorziening zijn twee jongens van 16 en 17 jaar betrapt terwijl ze op de slaapkamer orale seks hadden. De jongens hadden de pech betrapt te worden. 

We kunnen hier vanuit twee standpunten de situatie bekijken: 

Is er voldoende ruimte voor seksueel gedrag?

Regels kunnen variëren naargelang de context. Vaak is er binnen de context van het residentieel verblijf minder seksueel gedrag toegelaten dan binnen de thuiscontext.

Nochtans is de nood aan experimenteergedrag en de seksuele ontwikkeling niet anders bij personen die wonen in een residentieel verblijf. 

Kinderen en jongeren in een residentieel verblijf slapen soms met meerdere op een kamer en hebben daardoor niet de nodige privacy voor seksueel gedrag, bijvoorbeeld voor masturbatie.

Bij het samenleven in een groep is een seksuele relatie vaak verboden. Seksuele spelletjes of seksuele interactie met anderen zijn niet toegelaten. Seksuele spelletjes gebeuren dan in het geheim, bijvoorbeeld in de toiletten. De kans op misbruik is daardoor groter. 

De meningen kunnen verschillen over wat een gepaste context is.

Sommige professionals vinden elke ruimte buiten een slaapkamer onacceptabel, andere begrijpen dat een fietsenhok of de bosjes voor jongeren ook spannende plekken kunnen zijn om seks te hebben. 

Overloop deze vragen om na te gaan hoe de privacy in de organisatie geregeld is. Deze vragen helpen ook om concreet gedrag in te schatten.  

  • Zijn er duidelijke en expliciete regels over welk gedrag in welke context mogelijk is? 
  • Kent het kind of de jongere die regels? 
  • Is er een context waar betrokkenen ervaringen kunnen opdoen in alle privacy? 
  • Laat de context experimenteren toe? 
  • Is er privacy mogelijk? 
  • Is het kind of de jongere zich bewust van de risico’s van de context, bijvoorbeeld een gedeelde kamer of internet? 

Privacyregels gelden ook voor begeleiders

Niet alleen kinderen en jongeren dienen zich aan de privacyregels te houden. Ook begeleiders en ouders dienen de regels en de omgevingen waar privacy gelden te respecteren.

Kinderen en jongeren hebben de nodige veiligheid en privacy nodig om seksueel gedrag met leeftijdsgenoten te stellen. Het is de taak van de professional om hiervoor de condities te creëren.  

Houd binnen je organisatie de denkoefening: ‘Hoe respecteer je als begeleider de privacy van je doelgroep?’. Bijvoorbeeld: kloppen en wachten op een ‘ja’ bij het betreden van de kamer.

Stel duidelijke en niet tegenstrijdige boodschappen op over wat kan en wat niet. 

Stellen kinderen of jongeren toch seksueel gedrag dat niet binnen een gepaste context plaatsvindt?

Stel hen volgende vragen: 

  • Heb je je afgezonderd zodat anderen je niet konden zien? 
  • Heb je voor voldoende veiligheid gezorgd? Hoe?  
  • Heb je ervoor gewaakt dat je niet kon gestoord worden? Hoe?  
  • Ken je de regels over wat wel en niet mag hier?  
  • Zijn er plaatsen waar je dit wel mag doen? Welke?  
  • Ken je de gevaren van deze situatie?  

Hoe kan je seksueel gedrag in een leefgroep installeren?