Op deze pagina zoomen we in op:

Ga na in welke mate er sprake is van (on)gelijkwaardigheid tussen de betrokkenen in aantal, leeftijd, kennis, intelligentie, aanzien, macht, levenservaring, rijpheid, status, … .

Zeker in een seksuele interactie zijn beide partijen best aan elkaar gelijkwaardig, zodat de een de ander niet overheerst.

In pestsituaties is er altijd sprake van ongelijkwaardigheid in het nadeel van het slachtoffer.  

Voorbeelden

Voorbeelden waar dit criterium oké is: twee 25-jarigen hebben seks, twee jongeren trekken en duwen elkaar.  

Voorbeelden waar dit criterium niet oké is: een 8-jarige vraagt het geslachtsdeel van een vierjarige te zien, vijf jongeren schoppen op één jongere, een leidinggevende gaat over de grens van een stagiair, … 

Enkele reflectievragen

  • Speelt er macht of afhankelijkheid die misbruik wordt? 
  • Ben ik op vlak van eigenschappen, kwaliteiten en prestaties evenwaardig aan de ander? 

Wat het gedrag erger maakt

  • Ongelijkwaardigheid in het nadeel van het slachtoffer door macht, aantal, leeftijd, fysieke kracht, sociale status, vaardigheden … 
  • Naarmate een slachtoffer meer kwetsbaarheden heeft en een pleger meer machtskenmerken. 
  • Naarmate een slachtoffer niet wordt geloofd en geholpen. 
  • Naarmate de afhankelijkheid zo groot is en een slachtoffer niet uit de situatie kan ontsnappen. 

Waaraan kan je werken in psycho-educatie?

  • Ongelijkwaardigheid en macht leren herkennen (wie het gedrag initieert en wie het gedrag ondergaat), 
  • Durven aanspreken op, leren benoemen van en/of leren confronteren met ongelijkwaardigheid (wie het gedrag ondergaat), 
  • Macht constructief leren inzetten vanuit voorbeeldfunctie (wie het gedrag initieert), 
  • Privileges leren herkennen (wie het gedrag initieert). 

Macht

Ongelijkwaardigheid kan zich uiten in macht. Bronnen van macht zijn fysieke overmacht, aantal, kennis, geld, invloed, sociale status, ...

Machtsmisbruik zijn situaties waarbij de ene partijmacht gebruikt om de ander te benadelen, zoals dreigen met geweld, verbale agressie, manipulatie, ontzeggen van kennis, … 

Een belangrijke en redelijk ‘onzichtbare’ vorm van macht en machtsmisbruik bij volwassenen houdt verband met onzichtbare privileges.

Mensen die deze privileges bezitten, beschouwen deze vaak als evident, onderkennen niet steeds de macht die daaruit voortvloeit en dus ook de uitsluitingsmechanismen die werkzaam zijn.  

Deze privileges worden gevormd door een combinatie van kenmerken of dimensies die normatief hoger aangeschreven staan in de maatschappij dan andere.

De meest invloedrijke dimensies zijn geslacht, seksuele oriëntatie, huidskleur, etniciteit, nationaliteit, klasse, cultuur, religie, gezondheidssituatie, leeftijd, verblijfsstatuut, bezit, Noord-Zuid/Oost-West, maatschappelijke ontwikkeling.  

Deze dimensies zijn niet zomaar beschrijvend of neutraal, er is een machtsaspect aan verbonden omdat bepaalde kenmerken hoger ingeschat worden of meer als norm beschouwd worden dan andere.

Voor seksualiteit speelt bijvoorbeeld gender, seksuele oriëntatie, etniciteit, cultuur en leeftijd een rol, in die zin dat wie jong, blank, mannelijk, heteroseksueel en westers is, het meest beschouwd wordt als de norm en het meest privileges heeft.  

Mensen met privileges klimmen ook het vaakst op in de maatschappelijke ladder en zullen ook vaker formele machtsposities bekleden. Daardoor bepalen ze ook meer het discours.

Ze worden bovendien omringd door andere mensen met privileges, waardoor een zeker blindheid kan ontstaan voor het perspectief van minder geprivilegieerde mensen. Het is dus belangrijk om de zwakste posities op de dimensies een stem te geven. 

Seksuele en intieme interacties tussen medewerkers zijn pas oké als er geen misbruik kan worden gemaakt van een machtspositie. Wanneer er sprake is van een wederzijdse afhankelijkheid en ongelijkwaardigheid, is een relatie of seksuele interactie problematisch.

Pas als beide partijen voldoende wilsbekwaam zijn en erin slagen om uit de afhankelijkheidsrelatie te stappen, kan dit seksueel contact oké zijn. 

  • Zo kan een relatie tussen een docent en een student als de student niet afhankelijk is van de beoordeling door de docent.  
  • Een relatie tussen collega’s kan wel, als men niet afhankelijk is van het machtsverschil. Lees meer over relaties op het werk (link naar relaties op het werk). 

Aandachtspunten bij gelijkwaardigheid

  • 100% gelijkwaardigheid en evenwicht is onmogelijk. Je moet er dus niet per se naar te streven. Machtsbalansen veranderen ook voortdurend. 
  • Relaties hebben in hun relatiegeschiedenis vaak momenten van disbalans van macht, omwille van omstandigheden. Er is een probleem wanneer er systematisch misbruik wordt gemaakt van de onmacht van één van de partners. 
  • Wanneer één van beide partijen niet voldoende wilsbekwaam is, is er steeds een vorm van toezicht nodig, en zal iemand dit mandaat moeten toegewezen krijgen. 
  • Mensen in machtsposities in het bijzonder moeten in die positie alerter zijn op mogelijke privileges en discriminatie van zwakkeren. Mensen die afhankelijk zijn worden minder gehoord, minder geloofd, minder serieus genomen.  
  • Wanneer weigeren nadelige effecten kan hebben en instemming dus niet meer vrijwillig is, is er wellicht ook een machtsaspect werkzaam. Denk hierbij aan mensen in machtsposities zoals goeroe’s, VIP’s, rechters, sportcoaches, oversten, maar ook werkgevers, leraren, zorgverleners… 

Hoe kan je dit criterium checken?

Observeer het gedrag

  • Is er sprake van een groot verschil in macht?  
  • Is er sprake van misbruik van de zwakke positie of situatie van één van de betrokkenen? 
  • Is er sprake van een groot verschil in positie binnen de groep? 
  • Is er een inspanning gebeurd om ongelijkwaardigheid te creëren (afhankelijkheid, schuld, isolatie, zwijgplicht)? 
  • Is er opvallende ongelijkwaardigheid in termen van fysieke kracht, biologische ontwikkeling, mentale rijpheid of intelligentie? 
  • Is er opvallende ongelijkwaardigheid in termen van seksuele ervaring? 
  • Is er ongelijkwaardigheid in termen van positie, status, populariteit of macht? 
  • Is er ongelijkwaardigheid in aantal? 
  • Is er overwicht door omstandigheden? 

Richtvragen in gesprekken

  • Wie heeft het hier voor het zeggen? 
  • Moet de ander luisteren naar jou? 
  • Wat heb je gedaan om elkaar te helpen? 
  • Was één van jullie in een zwakkere positie? 
  • Was één van jullie de baas? Of hebben jullie beiden evenveel te zeggen in deze situatie? 
  • Wie nam het initiatief? 
  • Heb je het gevoel dat je tegen de ander op kan? 
  • Begrijp je wat de ander bedoelt? Denken jullie er gelijkaardig over? 
  • Is er een verschil in privileges?