Volgende factoren kunnen de situatie verzwaren:

Het overzicht hieronder kan je afdrukken en gebruiken met je team als werkdocument.  

Download

Factor herhaling en/of duur: eenmalig of herhaaldelijk – kort of langdurend?

Hoe vaker het gebeurt, hoe ernstiger  

  • Als een persoon bepaald gedrag al vaker stelde in dezelfde of in andere situaties maakt dat de situatie ernstiger.  
  • Herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag is een belangrijk kenmerk van pesten. 
  • Werd de persoon hier al op aangesproken en blijft die dit gedrag herhalen? Dan wordt dat een belangrijk aandachtspunt in je aanpak.

Hoe langer het duurt, hoe ernstiger

  • Stopt het gedrag onmiddellijk of vrij snel doordat de persoon zelf beseft dat wat hij of zij doet niet oké is of omdat hij of zij van de ander het signaal krijgt dat het niet oké is? Dan is dat een ander verhaal dan wanneer de persoon blijft doorgaan met het gedrag ondanks het feit dat er een signaal kwam dat dit gedag niet oké is.  
  • Zodra meer dwingende of (vrijheids)beperkende maatregelen nodig zijn om gedrag te de-escaleren of te stoppen, wordt de situatie ernstiger. Denk bijvoorbeeld aan de toegang ontzeggen, een fysieke tussenkomst, medicatie, afzondering, fixatie, ... 

Reflectievragen

  • Is het de eerste keer dat dit gebeurt? Wanneer heeft het zich nog al voorgedaan?   
  • Heeft iemand reeds eerder gereageerd op dit gedrag?  
  • Zijn er nog gelijkaardige voorvallen geweest? Zo ja, welke?  
  • Hoe lang is dit gedrag al bezig?  
  • Hoe snel stopte het gedrag?  
  • Wat was er nodig om het gedrag te stoppen? 

Factor intensiteit: hoe persoonlijk of intiem is het gedrag?

Hoe persoonlijker het gedrag, hoe ernstiger

  • Kwetsende of vijandige uitingen naar de materiële omgeving, iemands gedrag, de werking van de organisatie of een beslissing zijn minder persoonlijk. Ze zijn situatie-, ik- of jullie-gericht.  
  • (Non-)verbale kwetsende, aanvallende of vijandige uitingen naar iemands competenties, of overtuigingen komen al wat dichter bij de persoon. Ze zijn al meer jij-gericht. Dezelfde uitingen naar jouw persoonsgebonden kenmerken of identiteit zijn erg persoonlijk. Ze zijn direct jij-gericht. Hetzelfde geldt voor fysiek gedrag. Fysiek agressief gedrag in het luchtledige is minder ernstig dan wanneer dit gericht is naar een object. En naar een object is minder ernstig dan naar een persoon. 

Hoe ongewenst intiemer, hoe ernstiger

  • Hoe intiemer het ongewenst gedrag of hoe intiemer de ongewenst doorgestuurde afbeeldingen, hoe ernstiger. 
  • Aanrakingen zijn ernstiger dan verbaal of non-verbaal gedrag. 

Reflectievragen?

  • Hoever ben je gegaan?  
  • Is het gedrag gericht in het luchtledige of naar een object? 
  • Is het gedrag gericht op een object of een persoon? 
  • Is het gedrag gericht op de kenmerken of identiteit van een persoon of een groep? 
  • Blijft het bij (non-)verbaal grensoverschrijdend gedrag?  
  • Zijn er ongewenste aanrakingen? Zoenen ofstrelen bijvoorbeeld?   
  • Zijn er ongewenste intieme aanrakingen?  
  • Was er ongewenste (poging tot) geslachtsgemeenschap?  
  • Gaat het over ongewenste intieme afbeeldingen of foto’s?  

Factor mate van besef: begrijpt de pleger de grens?

Hoe beter de persoon die het gedrag stelt de grens inschat en de mogelijk negatieve gevolgen begrijpt, hoe ernstiger

  • Als er weinig besef is door bijvoorbeeld leeftijd, dementie of verstandelijke beperking, houd je daar rekening mee in de evaluatie.  
  • Als de pleger in de ontkenning blijft, maar verder in staat had moeten zijn om te beseffen dat hij over een grens gaat, evalueer je de grensoverschrijding als ernstiger.  
  • Als de pleger eerder emotioneel en reactief reageerde, in plaats van intentioneel, met het doel te schaden, houd je daar rekening mee in de evaluatie. 
  • Opzettelijk/doelbewust schaden is een kenmerk van pesten.

Reflectievragen

  • Hoe weet je of je gedrag over de grens gaat? Hoe check je dit?  
  • Sta je helemaal achter je gedrag? Zou je het opnieuw doen?  
  • Waarover voel je twijfel? Spijt? Schaamte?  

Factor gebruikte objecten, middelen en/of methoden

Hoe meer (potentieel) gevaar of kans op schade er uitgaat van het gedrag of de ingezette middelen of materialen hoe ernstiger

  • (Non-)verbale uitingen kunnen je bang of boos maken en kunnen je psychisch te schaden. De mate van ‘psychische giftigheid’ varieert naargelang de dreiging die ervan uitgaat en dit door bijvoorbeeld het stemvolume, de mimiek en de woord- of symboolkeuze.  
  • Vanaf het moment dat er voorwerpen (en zeker gevaarlijke) of gevaarlijke methoden worden ingezet, wordt de situatie ernstiger. Want deze middelen dragen naast de mogelijkheid tot psychische schade ook de mogelijkheid tot materiële of fysieke schade in zich. 

Enkele voorbeelden van gevaarlijke objecten en gevaarlijke methoden zijn: 

  • Roekeloos rijden 
  • Onveilig vrijen 
  • Iemand vastbinden, opsluiten  
  • Inzetten van gevaarlijke dieren  
  • Spuwen naar iemand als je een besmettelijke ziekte hebt  
  • Mes, knuppel, koord, zuur, glasscherven, spuit, pistool gebruiken 
  • (Poging tot) wurgen, verstikken, verdrinken 

Reflectievragen

  • Welk gedrag stelde de persoon precies? 
  • Welke middelen, objecten of methoden zette de persoon in? En in welke mate gaat hier een risico of gevaar van uit? Dit staat los van de daadwerkelijke schade.  
  • Deed de persoon alsof hij/zij het gedrag zou stellen of stelde hij/zij het daadwerkelijk?  

Factor bereik: hoeveel personen zijn betrokken of getuige?

Hoe groter het bereik, hoe ernstiger

  • Ongewenst sexy foto’s van je vriendin doorsturen naar je klasgroep is ernstiger dan deze foto eenmalig tonen op je eigen scherm aan een vriend. Je vriend is één persoon en hij kan er verder niets mee doen, maar de klasgroep omvat meerdere personen én ze kunnen de foto ook zelf verder verspreiden waardoor nog meer mensen betrokken worden of getuige zijn.  
  • Ook met cyberpesten en haatspraak bereik je meer mensen.

Reflectievragen

  • Hoeveel mensen heeft het gedrag bereikt? 
  • Vond het gedrag online plaats met een ‘openbaar’ publiek?  

Factor steun: heeft de persoon op wie het gedrag gericht werd steun en opvang?

Hoe minder steun en opvang er aanwezig is voor de persoon die het gedrag onderging, hoe meer dit de ernst kan verzwaren voor deze persoon

Reflectievragen

  • In welke mate schoot het aanwezige publiek ter hulp op het moment van de feiten?  
  • Was er nadien snel opvang of steun aanwezig? 
  • Worden de feiten geminimaliseerd of gebagatelliseerd vanuit de omgeving? 
  • Wordt de persoon verantwoordelijk gesteld voor wat er gebeurd is? 

Soorten grensoverschrijdend gedrag in het licht van de impact

Bij bepaalde vormen van grensoverschrijdend gedrag kan je een specifiek patroon onderscheiden.

Bij agressief gedrag gaat het om gedrag waarvoor geen toestemming of akkoord is en waarbij sprake is van (dreigende) schade of negatieve gevolgen. Qua ernst kan het variëren van licht (geel) tot zeer ernstig (zwart). 

Vanaf het moment dat agressief gedrag opzettelijk (met de intentie om te kwetsen of schaden) wordt gesteld, is er sprake van geweld. Qua ernst kan dit gedrag variëren van ernstig (rood) tot zeer ernstig (zwart). 

Vanaf het moment dat gedrag opzettelijk (met de intentie om te kwetsen of schaden) en meermaals wordt gesteld door één of meerdere personen die in een sterkere machtsverhouding staan tegenover een andere persoon is er sprake van pesten. Qua ernst kan dit gedrag variëren van ernstig (rood) tot zeer ernstig (zwart). 

Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag kan de impact ernstiger zijn als de pleger duidelijk de grens begrijpt, het gedrag herhaaldelijk plaats vindt, de pleger dit bewust doet om te schaden en er geen steun is voor het slachtoffer.