Op deze pagina zoomen we in op: 

Er is geen vrijwilligheid wanneer iemand fysiek of psychisch gedwongen wordt om dingen te doen of toe te staan die men niet wil. Het kan gaan om misleiding, manipulatie, intimidatie, chantage, dreigementen of dwang tot geheimhouding. 

De situatie wordt ernstiger naarmate je je moeilijker vrijwillig kan onttrekken eraan.    

De grens tussen ‘vrijwillig’ en ‘gedwongen’ is niet eenduidig vast te stellen.  

  • Bij misleiding gaat om een opzettelijke en geslaagde poging om iemand een onjuiste indruk te geven, iemand opzettelijk iets laten geloven wat niet klopt.  
  • Bij manipulatie misbruikt de één de ander doelbewust om er zelf beter van te worden.  Het gaat vaak om subtiele, misleidende, psychologische spelletjes waarbij iemand doelgericht aftast hoe hij macht krijgt over de ander om zelf iets te bereiken. 
  • Bij intimidatie probeert iemand het gedrag van een ander te beïnvloeden door die persoon doelbewust af te schrikken, voor schut te zetten, bang te maken, in verwarring of verlegenheid te brengen of te verlammen.  
  • Dreigen is iemand bang maken voor iets dat vervelend is. 
  • Bij chantage dwingt iemand iets af bij de ander door ergens mee te dreigen. Het gaat om een ‘als/dan-formulering’.  
  • Dwang is een meer algemene term. Daarbij gaat het om het uitoefenen van macht of druk, het uitspelen van autoriteit, het gebruik van chantage/omkoperij, dreiging of geweld om medewerking of volgzaamheid te bekomen en iemand tegen zijn wil iets te laten doen of laten. 

Er is dus geen sprake van vrijwilligheid wanneer een persoon zich gedwongen voelt om dingen te doen of toe te staan die hij/zij/die niet wil. Of wanneer iemand een ander daartoe dwingt, overhaalt of onder druk zet.  

Onder gebrek aan vrijwilligheid vallen ook vormen van subtiele dwang en druk, zoals iemand overhalen tot seks, stelen, een ander pijn doen. Ook manipulaties waarvan men zich pas later bewust kan worden vallen hieronder.  

De dwang kan dus concreet fysiek zijn maar ook psychologisch of sociaal. Het kan dus gaan van verleiding met list, beloning en beloftes tot dreiging, chantage en geweld.  

Niet vrijwillig zijn ook situaties waar secundaire winst of verlies een rol spelen. Als men een beloning verwacht (geld of aandacht) of als aan een weigering om iets te doen negatieve consequenties verbonden zijn, ook al worden deze niet uitgesproken maar vermoed, spreekt men ook van dwang, druk of gebrek aan vrijwilligheid.

Ga na of en in welke mate de pleger medewerking of volgzaamheid wil bekomen van het doelwit tegen diens wil. 

Zo ja, doet die dat door:   

  • Af te tasten hoe hij macht krijgt over de ander door bijvoorbeeld vleierij, belachelijk maken, in verwarring brengen, in verlegenheid brengen, bang maken?   
  • Om te kopen met bijvoorbeeld beloftes, straf, beloning?   
  • Macht of druk in te zetten?   
  • Dreigementen te uiten?         
  • Geweld in te zetten?   

Voorbeelden

Voorbeelden waar dit criterium oké is: een georganiseerde discussie, ... 

Voorbeelden waar dit criterium niet oké is: iemand in de hoek duwen en afdreigen, iemand online chanteren, dreigen met verspreiden naaktbeelden, verschillende personen online chanteren, …  

Enkele reflectievragen

  • Niemand dwingt de ander of zet die onder druk? 
  • Iedereen kan weigeren zonder negatieve consequenties? 
  • Ik doe het alleen omdat ik het zelf wil.  
  • Ik doe het gedrag niet voor een beloning, om iemand een plezier te doen of om te vermijden dat die boos wordt.  
  • Ik mag niet aandringen bij de ander als die niet wil. 

Wat het gedrag erger maakt

  • Duidelijke dwang en druk 
  • Niet uit de situatie kunnen stappen (voorbeeld als het grensoverschrijdend gedrag in thuiscontext gebeurt) 
  • Wanneer geheimhouding wordt afgedwongen 
  • Afhankelijk binnen een intiemere relatie  

Waaraan kan je werken in psycho-educatie?

  • Gedragsalternatieven aanleren om wensen en behoeften te uiten (de persoon die het gedrag stelt, de initiator). 
  • Eigen invloed kennen in het soms onbewust druk uitoefenen (de persoon die het gedrag stelt, de initiator). 
  • Weerbaar leren opstellen tegen druk ( de persoon naar wie het gedrag gericht is). 

Aandachtspunten bij vrijwilligheid

Kijken en bevragen

Subtiele vormen van druk en dwang zijn niet altijd zichtbaar en kunnen het beste worden beoordeeld door degenen die betrokken zijn bij de situaties. Goed kijken en bevragen is hier de boodschap. 

Toestemmen om 'erger' te voorkomen

Soms stemt men toe tot het stellen of toelaten van bepaald gedrag om ‘erger’ te voorkomen. Men denkt dat weigering tot het ergste zou kunnen leiden (verkrachting of gebruik van geweld).

Daarom stemt iemand soms in, omdat die een negatieve reactie van de ander verwacht. Vaak gebeurt dit als gevolg van eerdere negatieve ervaringen op dat vlak.

Alcohol of drugs

Bij gebruik van alcohol of drugs kan het geven van toestemming onbetrouwbaar zijn, omdat er remmingen wegvallen en grenzen niet steeds zo goed worden aangegeven.

Maar het wordt ook vaak als argument gebruikt om het gedrag achteraf te vergoelijken. 

Vormen van druk

Er zijn heel veel subtiele vormen van druk om dingen te doen, bijvoorbeeld binnen relaties om de partner tevreden te houden.  

Doelgroep keuze geven

Als professional geef je je doelgroep best keuze tussen verschillende behandelingen en behandelaren.

Oefen zelf geen dwang uit, chanteer en intimideer niet en zorg voor zoveel mogelijk inspraak in procedures en behandelingen. Betrek zo nodig de achterban. 

Taken uitvoeren volgens taakomschrijving

Van een professional wordt verwacht dat die de taken uitvoert zoals die in de taakomschrijving zijn vastgelegd. De professional heeft daarbij vaak geringe keuze om eigen grenzen aan te geven, zonder dat dit gevolgen zou kunnen hebben voor de beoordeling.

Zeker bij jonge mensen die stage lopen gebeurt het dat zij soms onvoorbereid geconfronteerd worden met opdrachten die zij als grensoverschrijdend ervaren (bijvoorbeeld iemand wassen).

Hier is het van belang om te kijken welke ondersteuning een medewerker nodig heeft, en hoe men hen stapsgewijs kan leren omgaan met deze opdrachten. 

Hoe kan je dit criterium checken?

Observeer het gedrag

  • Zien betrokkenen er ontspannen en tevreden uit? 
  • Is één van de betrokkenen geneigd anderen ter wille te zijn, vertoont hij/zij aanklampend gedrag? 
  • Observeer je negatieve emoties? 
  • Is één van de betrokkenen verleid met materiële beloning of geld? 
  • Is er verbale druk of geweld uitgeoefend? 
  • Is er sprake van manipulatie? Chantage? Misleiding? 
  • Is er fysiek geweld gebruikt (duwen, trekken, roepen)? 
  • Is er een wapen gebruikt? 
  • Heb je voldoende zicht op de werkelijke situatie?  
  • Gedraagt de persoon zich anders dan anders? 
  • Is er een vorm van verzet? 
  • Is betrokkene verrast, geschrokken, boos?

Richtvragen in gesprekken

  • Voel je dat je dit echt wil? 
  • Voelt de ander dat hij/zij dit echt wilt? 
  • Heb je het gevoel dat het oké is om dit te doen/toe te laten?  
  • Was er keuze? 
  • Was je voorbereid of was dit bij verrassing?  
  • Heb je het gevoel dat weigeren oké is? 
  • Heb je het gevoel dat je een beetje druk moet uitoefenen? 
  • Ben je blij? Ben je bang? 
  • Heb je de ander bang gemaakt/heeft de ander jou bang gemaakt? 
  • Zou er iets gebeuren als je weigert? 
  • Heb je aangedrongen/heeft de ander aangedrongen? Hoe? 
  • Heb je een beloning beloofd of gekregen? 
  • Wat zou er gebeuren als de ander weigerde? 
  • Was het leuk, plezierig? Wat was plezierig? 
  • Was het niet fijn? Wat was niet fijn?