Veiligheid installeren

Veiligheid installeren, betekent zowel dat je een situatie creëert die veilig is voor iedereen als dat je nieuwe feiten voorkomt. Je kan dat op verschillende manieren doen.

Luister naar alle (on)rechtstreeks betrokken personen (jongeren, ouders, opvoeders, …) en bevraag wat zij nodig hebben om zich veilig te voelen.

Voorbeelden zijn: toezicht verhogen, afspraken maken over contact met anderen, afspraken maken omtrent het gebruik van multimedia, een time-out, verhuizen van leefgroep, reorganiseren van slaap- of doucherituelen, … 

Veiligheid na een incident

Naast het bevragen van alle betrokkenen zijn ook volgende parameters helpend om af te wegen hoe je de veiligheid kan vormgeven:  

  • Kan de veiligheid van het slachtoffer en anderen gegarandeerd worden als de pleger aanwezig is in de organisatie? 
  • Is het mogelijk om veiligheidsafspraken te maken?  
  • Moet de persoon zelf beschermd worden tegen mogelijke druk en verwerping van anderen? 
  • Wat is de draagkracht van de medewerkers als team? 

Bekijk ook of er risico’s bestaan die buiten deze directe context zouden kunnen liggen (verplaatsing naar school/huis/werk, …) en tracht deze ook te beveiligen.  

Weet dat het installeren van veiligheid ook als doel heeft de bedreigde ontwikkeling van de pleger te beveiligen. Het stellen van grensoverschrijdend gedrag heeft namelijk ook een negatieve impact op de ontwikkeling van de betrokkene die dit gedrag pleegt.  

Stel een veiligheidsplan op om ervoor te zorgen dat veiligheid kan worden geïnstalleerd in hoofde van de pleger, het slachtoffer, de organisatie en de maatschappij. 

Bron: Praktijkgids seksualiteit en grenzen (2021). YUNECO CARO-I.T.E.R.: Clijsters, A., Daelemans, S., De Pourcq, C., Duquet, N., Neirynck, B., Wilson, S.