Daarnaast is het een feit dat nieuwkomers een kwetsbare groep zijn voor het meemaken van seksueel grensoverschrijdend gedrag. 39% van bevraagde vluchtelingen maakten seksueel grensoverschrijdend gedrag mee na aankomst in België of Nederland (Keygnaert, 2014)

Seksueel grensoverschrijdend gedrag in de asielsector?

Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een ruim begrip dat breed interpreteerbaar is. Ook een definitie van het begrip is niet eenduidig.

In het onderzoek ‘Sexpert’ omvat seksueel grensoverschrijdend gedrag onder andere: 

  • kwetsende seksuele opmerkingen
  • kwetsende seksuele aanrakingen
  • gedwongen worden om orale seks uit te voeren of toe te staan
  • gedwongen worden om toe te kijken
  • poging tot verkrachting
  • verkrachting
  • ...

Elk opvangcentrum wordt met vormen van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag geconfronteerd.

Vaak gaat het hierbij om gedrag dat voor de betrokkenen wel gewenst en oké is, maar door de context grensoverschrijdend wordt. Een concreet voorbeeld is masturberen op een gedeelde kamer.

Door een gebrek aan privacy zijn sommigen genoodzaakt om op hun kamer te masturberen, waar mogelijks andere kamergenoten kunnen binnenkomen. De context is niet ideaal, maar het gedrag zelf kan voor veel mensen wel acceptabel zijn. 

Vanaf wanneer is iets grensoverschrijdend? Dat hangt af van je eigen kader en kan verschillen tussen asielzoekers en professionals maar ook tussen professionals onderling.

De methodiek van het Sensoa Vlaggensysteem kan daarbij een houvast bieden door een gemeenschappelijke taal aan te reiken en te werken met herkenbare situaties. 

Het vlaggensysteem van Sensoa gebruikt zes criteria om te bepalen of gedrag grensoverschrijdend is of niet. 

De criteria zijn: 

  • toestemming 
  • vrijwilligheid 
  • gelijkwaardigheid 
  • ontwikkeling 
  • context 
  • impact

Wanneer minstens een van deze zes criteria niet oké is, wordt gedrag als grensoverschrijdend beschouwd.

Hoe meer criteria niet gerespecteerd worden, hoe schadelijker of ingrijpender de gevolgen zijn voor de persoon die het gedrag ondergaat, alsook de reactie naar de persoon die over de grens gaat.

Belangrijk om hierbij te vermelden is, dat grensoverschrijdend gedrag anders beleefd kan worden door de personen die het gedrag ondergaan. Wat de een als grensoverschrijdend beschouwd, kan door de andere niet zo ervaren worden.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag in de asielsector: Feiten en cijfers

Vluchtelingen en asielzoekers bevinden zich in een kwetsbare positie, vanwege hun socio-economische status, zwak sociaal netwerk en socio-demografische kenmerken.  

Onderzoek van Keygnaert (2014) focust zich op voorvallen van seksueel geweld in asielcentra in België en Nederland.

Uit dit en later onderzoek kwamen volgende cijfers naar voren: 

  • 39% van de respondenten is zelf slachtoffer  geweest van seksueel geweld na aankomst in Europa. 
  • 35% kent op zijn minst één persoon die slachtoffer is van seksueel geweld. 
  • De meeste slachtoffers zijn jonger dan 30 jaar en vrouwelijk. 
  • Meer dan 50% van de plegers zijn mannen ouder dan 30 jaar. 
  • Eén derde van de daders trad op in groep.  
  • Zowel mannen als vrouwen lopen kans om blootgesteld te worden aan seksueel geweld (Keygnaert et al., 2011). 
  • Nieuwkomers komen in aanraking met verschillende vormen (seksuele laster, seksueel mentaal geweld, seksuele uitbuitingen, verkrachting, groepsverkrachting, ….) 
  • 20% van de respondenten gaf aan verkracht te zijn door 1 of meerdere personen en/of seksueel uitgebuit te zijn op lange termijn.  
  • Vrouwelijke asielzoekers zijn vatbaarder om slachtoffer te worden van geweld door personen die normaliter instaan voor hun veiligheid en bescherming.  

Volgens dit onderzoek biedt de EU op de vluchtelingencrisis onvoldoende medische of psychologische steun aan vrouwen, die het slachtoffer zijn geweest van geweld in hun land van herkomst of op hun vluchtroute.

Meer weten over geweld gericht naar vrouwen? Surf dan naar deze tools ter begeleiding van gendergerelateerd geweld, ontwikkeld door Gamz.

Tijdens de R-Sense vormingen bleek dat seksueel grensoverschrijdend gedrag zich ook situeert op personeelsniveau: 

  • Ook medewerkers (voornamelijk vrouwelijke) kwamen in contact met seksueel grensoverschrijdend gedrag. 
  • Medewerkers, vrijwilligers of stagiairs (voornamelijk vrouwelijke) kunnen ook over de grens gaan van bewoners. 

Een beleid moet zich dus zowel op het niveau van bewoners, medewerkers, vrijwilligers en stagiairs richten.

Welke risicofactoren zijn er?

Binnen een opvangcentrum zijn er een aantal risicofactoren die de kans op SGG vergroten:

  • Infrastructuur van het opvangcentrum. 
  • Onvoldoende beschikbaarheid van aparte ruimtes voor mannen, vrouwen, tieners en kinderen.  
  • Een gebrek aan privacy door gedeelde slaapkamers, sanitair, restaurant…
  • Onvoldoende aanwezigheid van medewerkers in de gemeenschappelijke ruimtes van het centrum. 
  • Verschillende nationaliteiten, culturen. 
  • Taalbarrière tussen bewoners van verschillende groepen.  
  • Na een incident van seksueel grensoverschrijdend gedrag onvoldoende focus op pedagogische maatregelen.   
  • Gebrek aan vertrouwen in medewerkers door bewoners. 
  • Te weinig diversiteit in het profiel van de medewerkers.  
  • Correcte en consequente opvolging van medewerkers n.a.v. een incident. 
  • Onzekerheid door de lange asielprocedure.  
  • Gebrek aan informatie over relaties, seksualiteit, grenzen en weerbaarheid. 
  • Onduidelijk voor bewoners waar ze terecht kunnen met vragen.  
  • Schrik dat een melding/ klacht een invloed zal hebben op de asielprocedure.  
  • Gebrek aan activiteiten, met verveling tot gevolg. 
  • Weinig zelfbeschikking. 
  • Machtsverhouding tussen bewoners en medewerkers. 

Wil je de risicofactoren in jouw centrum in kaart brengen mét bewoners en met hen in gesprek gaan hierover? Lees dan hier hoe je wandelend een risico-analyse kunt uitvoeren.