Iedereen heeft een grens als het om grensoverschrijdend gedrag gaat. Maar bij iedereen ligt die grens anders. Dit heeft als gevolg dat iedereen anders reageert op gedrag dat een bepaalde grens overschrijdt. Bovendien kunnen grenzen verschuiven doorheen de tijd en je ervaring.

Creëer duidelijkheid. Voer binnen je team, afdeling of hele organisatie een discussie over welk gedrag je aanvaardbaar vindt en welk gedrag niet. Zo stem je beter op elkaar af en is het duidelijker wanneer je moet reageren. 

Een grens: Waar hebben we het over?

Een grens bepaalt wat je tolereert en vanaf wanneer je bepaald gedrag niet meer tolereert.  

Er zijn drie soorten grenzen.

  • De persoonlijke grens: Dit is de meest subjectieve en minst goede grens om op het werk om te gaan met grensoverschrijdend gedrag. Het draait hierbij meer om je persoonlijke ‘gevoel’. 

  • De professionele grens: Dit is wanneer jij als professional zou reageren. Hier gaat het om ‘weten en afwegen wanneer en waarom het belangrijk is om te reageren’ 

  • De teamgrens: Hiertoe kom je als de teamleden hun professionele grenzen samen leggen en op elkaar afstemmen. Hier maak je afspraken wanneer jullie als team reageren.  

Het is belangrijk om op het werk te leren overgaan van een persoonlijke naar een professionele grens. 

Daarnaast moet je het ook eens worden over de gezamenlijke teamgrens.  

Zo kan iemand vanuit de eigen opvoeding of ervaring persoonlijk vinden dat bepaald seksueel gedrag niet oké is en ontmoedigd moet worden. Door het gedrag vanuit een professioneel oogpunt te bespreken kan deze persoon een ander standpunt innemen en zijn reactie meer afstemmen op zijn teamgenoten.  

Waarom is een gezamenlijke teamgrens belangrijk?

Door persoonlijke en professionele grenzen bespreekbaar te maken en op elkaar af te stemmen, wordt het mogelijk om duidelijkheid te scheppen en te bepalen:  

  • Wat je wel en niet tolereert. 
  • Wat de knipperlichten zijn.  
  • Welke vormen van grensoverschrijdend gedrag je moet melden en registreren. 
  • Wanneer of bij welke vormen van grensoverschrijdend gedrag je zeker opvang en nazorg biedt aan de betrokkenen.