Niet alle incidenten gebeuren binnen jouw gezichtsveld. Ze komen je via via ter ore, je leest erover in een beknopt verslag of je veronderstelt een aantal dingen op basis van enkele feiten. In die gevallen is het niet altijd duidelijk hoe de situatie precies in elkaar zat.

Win steeds informatie in bij de verschillende betrokken (getroffenen, getuigen, veroorzakers) om de feiten helder te krijgen.

Ga na wat reeds duidelijk is en waarover nog verdere informatie nodig is.

  • Wat gebeurde er precies?
  • Wat was de aanleiding?
  • Wie was er allemaal betrokken?
  • Wie reageerde op wie?
  • Hoe escaleerde het precies?

Maak waar nodig een tijdslijn. Sommige gebeurtenissen of incidenten kennen meerdere verhaallijnen die elk apart beoordeeld moeten worden en elk een andere reactie vragen.

Tips voor het gesprek met de betrokkenen:

  • Check eerst en vooral of er wel in opvang voorzien werd kort na het incident en of de betrokkene klaar is voor een gesprek.
  • Zo ja, voer het gesprek op een rustige plek.
  • Blijf zelf steeds rustig, oefen geen dwang uit, dring niet aan op een gedetailleerd verhaal.
  • Vertel wat je weet en laat de betrokkene erop reageren.
  • Hou het bij het concrete gedrag, doe geen uitspraken over de persoon.
  • Stel open vragen. Vermijd ja/nee-vragen en suggestieve vragen.
  • Noteer liefst zo letterlijk mogelijk wat elke betrokkene zegt.
  • Oordeel niet over de waarheid van het verhaal en wees voorzichtig met conclusies.
  • Garandeer geen vertrouwelijkheid, maar neem geen stappen zonder de persoon daarin te kennen.

Reageer op grensoverschrijdend gedrag met het Grenswijs ernstinschattend systeem