Als je de ernst van een situatie inschat en zodoende een kleur toekent, gaat dit in eerste instantie over het gedrag van degene die over de grens is gegaan. Het vaststellen van de kleur is ook interessant voor degene die benadeeld werd door dit gedrag. Belangrijk in de communicatie is dat je duidelijk maakt dat de kleur van toepassing is op het gedrag van de pleger, en niets zegt over het gedrag van het slachtoffer. Dit kan een belangrijke boodschap zijn:

  • "Niet jij, maar de ander is verantwoordelijk."
  • "Niet jij, maar de ander moet zijn gedrag veranderen."
  • "Deze vlag zegt niets over jouw gedrag."
  • "Je kan zelf een ander gevoel hebben, wij luisteren naar je beleving."

Je geeft zorg aan de persoon die het gedrag ondergaat, los van de kleur die je aan de uitvoerder geeft. Een incident kan namelijk sterk ‘binnenkomen’ bij iemand, zelfs al was het zo niet bedoeld. De criteria van het Grenswijs-systeem gebruik je om aan het slachtoffer uit te leggen wat er oké was aan de situatie en wat er niet oké was aan de situatie.

Een slachtoffer kan grensoverschrijdend gedrag op verschillende niveaus ervaren:

  • oké: neutraal, acceptabel, fijn of gewenst gedrag zonder impact of met een positieve impact;
  • licht niet oké: betrokkenen ervaren het als onaangenaam of vervelend. Er is mogelijks lichte stress of lichte schade, zonder dat dit invloed heeft op het functioneren;
  • ernstig niet oké: betrokkenen ervaren het als duidelijk negatief: er is angst, stress, pijn, hevige emoties, herbeleving,… Normaal functioneren is even moeilijker maar wel mogelijk;
  • heel ernstig niet oké: betrokkenen ervaren het als zeer ernstig. Er is zware schade. De negatieve impact is langdurig of permanent. De persoon is langdurig of permanent belemmerd in zijn functioneren. 

Een centrale vraag in de opvang van een slachtoffer is: "Welke zorg heb jij nu nodig?".