Het stappenplan verloopt volgens vier fasen. Het is mogelijk om het stappenplan aan te vullen met centrumspecifieke afspraken. Maak verslag van de stappen die genomen worden.

Fase 1: tijdens het incident

Verhelder zo snel mogelijk de situatie. Volgende richtvragen helpen je om de situatie schep te stellen:  

 Waarover gaat het? 

  • Een vermoeden: je hebt informatie opgevangen, maar bent er niet zeker van. Bijvoorbeeld: je hoort bewoners praten over een onveilige situatie die zich zou afspelen op een kamer.   
  • Een onthulling: iemand getuigt rechtstreeks tegen jou over een situatie. Bijvoorbeeld: een bewoner komt vertellen dat er zich nu een onveilig situatie afspeelt op een kamer.  
  • Een vaststelling: jij bent zelf getuige van een situatie. Bijvoorbeeld: je komt binnen in een kamer en stelt een onveilige situatie vast. 
  • Een klacht: iemand heeft een officiële klacht ingediend. Bijvoorbeeld: een bewoner heeft klacht neergelegd bij de politie en bij Fedasil dat de kamers in het centrum niet veilig zijn.  

Wat gebeurt er/ is er gebeurd?

  • Wie ? 
  • Wat? 
  • Waar? 
  • Wanneer? 
  • Hoe? 

Is de situatie acuut? Wordt er met andere woorden op DIT moment een grens overschreden?

  • Niet acuut: je hebt tijd om de situatie te analyseren en je reactie voor te bereiden. 
  • Acuut: je moet meteen reageren en het gedrag zo snel mogelijk stoppen. Doe dat indien nodig met behulp van de hulpdiensten (bel: ‘112’). 

Meer informatie over hoe reageren tijdens situaties van seksueel grensoverschrijdend gedrag vind je in deze reactiewijzer.

Fase 2: na het incident - korte termijn

Bespreek de situatie met één of meerdere collega’s: 

  • Snel overleg met collega(‘s) op dienst 
  • Bespreking op de eerstvolgende briefing 
  • Overleg met de individuele begeleiding van de betrokkenen 
  • Uitgebreid overleg met een multidisciplinair samengesteld team 
  • Agenda-item op een teamvergadering 
  • Briefing aan verantwoordelijke of management

Ernst inschatten

Bepaal in overleg de ernst van de situatie. Dit helpt om los te komen van een subjectieve blik, om (ped)agogisch te reageren en om leerkansen voor de betrokkenen te creëren. Lees hier meer over zes criteria die je helpen om seksueel gedrag in te schatten. 

Beschikken de deelnemers aan het intern overleg over onvoldoende expertise? Of gaat het om zwaar tot ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag (rode of zwarte kleur)?

Dan is het aangewezen extern advies in te winnen van:  

  • Hoofdzetel Rode Kruis/ Fedasil / Caritas 
  • 1712 
  • VK 
  • CAW 
  • Politie 
  • Sensoa 
  • … 

Raadpleeg de wegwijzer voor een uitgebreide lijst met adviserende organisaties.

Acties voorbereiden

Bepaal in het overleg welke vervolgacties nodig zijn. Afhankelijk van de ernst zullen er meer of minder acties nodig zijn:

Groene kleur: indien de situatie tussen de betrokkenen fijn en aanvaardbaar seksueel gedrag is, hoef je niet tussen te komen. Tenzij het nodig is om aan de betrokkenen te bevestigen dat de situatie oké is.

Gele kleur: indien de situatie licht grensoverschrijdend gedrag is, of er twijfel over is, voer je best een gesprek met de betrokkenen. In dat gesprek bevraag je de situatie, benoem je wat oké en niet oké is aan de situatie en formuleer je eventueel een aanbod naar verdere begeleiding of informatiesites. 

Spreek af wie, wanneer, en met welke betrokkenen de gesprekken zal voeren en maak hiervan verslag, zodat het gesprek indien nodig ook kan gelden als mondelinge verwittiging (een lichte sanctie zoals beschreven in het sanctiebeleid van Fedasil).

Rode en zwarte kleur: indien de situatie ernstig tot zwaar grensoverschrijdend gedrag is, volg dan onderstaande stappen:

Stap 1: melding maken van het incident  

  • Rode Kruis: vermelding in sociaal dossier, online incidentenmelding en melding door centrumleiding aan OPA-management.
  • Fedasil: onmiddellijke telefonische melding door directie aan Regio Noord en fiche melding van incidenten invullen en binnen 24 uur mailen naar incident@fedasil.be.

Stap 2: gesprekken met betrokkenen  

  • Met wie wordt gesproken? Lijst alle betrokkenen op: slachtoffer(s), pleger(s) en getuige(n) 
  • Wie voert de gesprekken: individueel begeleider, psychosociaal begeleider… 
  • Wanneer worden de gesprekken gevoerd: korte en lange termijn

Een handvat voor het voeren van gesprekken na Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag vind je in de Gespreksmethode voor bewoners (link naar …)  

Stap 3: communiceren 

  • Naar wie ga je communiceren (hoofdzetels, collega’s, bewoners, media, buitenstaanders)? 
  • Wat ga je communiceren?  
  • Op welke manier ga je communiceren? (Enkel bij vragen of proactief, via informatiesessie, via individuele gesprekken, via logboek, via mail…)  

Stap 4: Andere acties om de veiligheid te waarborgen: afsluiten van ruimtes, afzondering van betrokkenen, sanctioneren van overtreders, logistieke herstellingen…   

Fase 3: na het incident - lange termijn

Voer de geplande acties uit. Het uitvoeren van acties kan de nood aan een nieuw overleg en het maken van een lange termijn plan oproepen.

Acties op lange termijn:  

  • Intern begeleidingstraject met meerdere gesprekken en/of psycho-educatie  
  • Extern begeleidingstraject in samenwerking met externe organisaties (zie wegwijzer)  
  • Externe melding of klacht (bij 1712, politie, VK… )  
  • Verwijdering van betrokkene(n) 
  • ... 

Fase 4: evalueer de situatie

In de laatste fase evalueer je de situatie en hoe erop gereageerd werd.  

  • Registreer het incident.
  • Evalueer met het team hoe de situatie werd opgevolgd.
  • Evalueer het gebruik van het stappenplan.
  • Pas indien nodig het stappenplan aan.
  • Maak een analyse van alle geregistreerde incidenten.
  • Formuleer werkpunten en/of doelstellingen voor het opvangcentrum. 
  • Stel een werkgroep samen om over beleid na te denken.
  • …