Het Vlaggensysteem is geen recept uit een kookboek dat een duidelijke uitkomst garandeert.

Ninke en Charlotte (I.T.E.R.)

Charlotte

“Onze kerntaak is het begeleiden van minderjarige plegers of jongeren bij wie verontrusting is ontstaan over hun seksueel gedrag of hun algemene seksuele ontwikkeling. Vaak begeleiden we jongeren zelf. Als die jongeren in een voorziening verblijven, werken we ook met de mensen in de voorziening. Voorzieningen contacteren ons vaak na een specifiek incident in een leefgroep of als er al een paar keer incidenten zijn geweest. In het eerste geval roepen ze dan onze hulp in om specifiek die ene jongere te begeleiden, in het andere geval willen ze liever op een meer algemene manier met het thema aan de slag.”

Ninke

“Bij incidenten merken we dat hulpverleners het zelf vaak moeilijk vinden om te verwoorden wat is gebeurd, er is een zekere handelingsverlegenheid. Daar wilden we al lang iets rond doen en daarom hebben we onlangs een gids uitgewerkt voor voorzieningen in Vlaams-Brabant.”

Charlotte

“Heel wat voorzieningen zijn nog zoekende in het omgaan met het thema seksualiteit en grenzen. Met de praktijkgids willen we aandacht geven aan wat ze kunnen doen rond dit onderwerp.”

Hoe gaan voorzieningen momenteel om met het thema seksualiteit en grenzen?

Ninke

“Het Sensoa Vlaggensysteem heeft veel veranderd voor de sector. Dat kader geeft handvatten om over het onderwerp te praten, het zorgt voor een gemeenschappelijke woordenschat om over het onderwerp te praten.”

Charlotte

“Wij vertrekken altijd van dat kader. Als een voorziening aangeeft dat ze het nog niet gebruiken, dan starten we daarmee. We merken dat het systeem ondertussen in veel voorzieningen goed gekend is. Het begrip voor de beperkingen van het Vlaggensysteem groeit ook. Het is geen recept in een kookboek dat tot een duidelijk resultaat leidt. Vroeger hadden zorgverleners daar vaak kritiek op. Intussen merken we dat de sector niet meer verwacht dat een tool een sluitend antwoord kan geven.”

Ninke

“Het gaat nu eenmaal om een kader om menselijk gedrag te analyseren en menselijk gedrag is eindeloos divers. Geen enkele tool kan elke vorm van gedrag anticiperen.”

Charlotte

“We gebruiken het Vlaggensysteem ook bij begeleiding van de jongeren en gezinnen zelf. Zeker de ouders snappen soms zelf ook niet goed wat er is gebeurd en of hun kind ook echt iets verkeerd deed. Het Vlaggensysteem helpt dan om de situatie met hen te bespreken.”

Eens je een incident of een reeks incidenten met behulp van het Vlaggensysteem hebt geanalyseerd, wat is dan de volgende stap?

Ninke

“Als het gaat om incidenten in een leefgroep van een voorziening, dan moet daar ook aandacht zijn voor het teamfunctioneren. Hoe ga je als team om met rode en zwarte kleuren? Wat is er nodig als team om te kunnen omgaan met de risico’s? Je kan die risico’s niet allemaal wegnemen, want zonder risico’s maak je het voor jongeren moeilijk om zich verder te ontwikkelen.”

Charlotte

“In teams bestaan daar vaak onenigheid over. De praktijkgids is in de eerste plaats ontwikkeld voor de leefgroepbegeleiders, maar er zijn ook nog veel andere zorgverleners betrokken: psychologen, medewerkers met een beroepsgeheim, de directie... Je moet dan op elk niveau gaan kijken welke stappen nodig zijn om te anticiperen op de risico’s.”

Jullie werken met kinderen, jongeren en jongvolwassenen. Is sexting een thema waar jullie vaak mee in aanraking komen?

Ninke

“We hebben het zien opkomen en toenemen in belang. Aanvankelijk behandelden we dit als een apart thema, maar ondertussen zien we het als deel van onze gewone aanpak. Het duurde even voor we bij sexting konden bepalen: wat is hier gewoon gedrag voor een jongeren van een bepaalde leeftijd?”

Charlotte

“Veel van het gedrag is leeftijdsadequaat en is ok, ook al bevinden die jongeren zich juridisch gezien tegelijk ook op glad ijs. Het gaat nu eenmaal wel om seksueel getinte beelden van minderjarigen. Er is bij sexting, louter vanuit juridisch perspectief, altijd een risico op verdere vervolging.”

Waarom spitst jullie werk zich toe op jongeren in voorzieningen?

Ninke

“Het is voor voorzieningen een grote uitdaging om enerzijds seksueel grensoverschrijdend gedrag te verhinderen, maar minderjarigen tegelijk groeikansen en ontwikkelingskansen te geven. Jongeren in voorzieningen hebben veel minder experimenteerkansen. Zeker als de school aan de voorziening gebonden is, hebben ze nergens persoonlijke ruimte om hun seksualiteit zelfstandig te verkennen. Ik vind dat jongeren altijd minstens één hobby buiten de organisatie moeten hebben, om zo toch ook wat persoonlijke ruimte te creëren.”

Charlotte

“Om risico’s te vermijden, hebben sommige voorzieningen de neiging om alles te verbieden: ‘Je mag geen liefjes hebben, je mag geen seksuele relatie hebben met iemand uit de voorziening.’ Er zijn vaak goede redenen voor die regels, maar door alles te verbieden duw je jongeren in het clandestiene en in risicosituaties. Dat is dan immers de enige manier om te kunnen experimenteren. Als voorziening moet je ruimte geven voor experimenteergedrag en daarbij kan je best ook de ouders betrekken: als je minderjarigen toelaat om seks te hebben, praat je best ook eerst met hen.”

Waarom is het moeilijk voor voorzieningen om ruimte te geven voor experiment?

Ninke

“Het is altijd een verhaal waarbij verschillende elementen een rol spelen. Vaak is er ook een tekort aan middelen mee gemoeid. Zo hebben sommige voorzieningen nog slaapzalen. Dat is niet meer van deze tijd, maar als er geen geld is voor een verbouwing naar individuele kamers, dan is het zoeken. Wat doe je dan bijvoorbeeld met jongeren die masturberen? Daar is niets mis mee, zolang het op de juiste plaats en het juiste moment gebeurt. Maar wat moet een jongere doen in een slaapzaal ligt en waar er geen afgesloten toiletten zijn? Die heeft geen ruimte om de eigen seksualiteit te leren kennen.

Charlotte

“Voorzieningen weten dat vaak ook wel, maar ze moeten nu eenmaal roeien met de riemen die ze hebben. Er is doorgaans veel goodwill.”

Welke tip zou je geven aan voorzieningen die seksuele gezondheid een betere plaats willen geven in hun aanpak?

Charlotte

“Er is veel dat je kan doen, maar je moet een mandaat hebben als team of leefgroepmedewerker om rond het thema te werken. Je kan het niet op je eentje.”

Ninke

“Omgekeerd moet het middenkader of de directie er ook over waken dat ze iedereen mee hebben in het beleid hieromtrent. Heel wat organisaties hebben een beleid uitgewerkt rond seksualiteit, maar het is dode letter. Eigenlijk zou een leefgroepteam het thema op regelmatige basis op de agenda moeten zetten. Elke jongere in een voorziening heeft een handelingsplan, seksualiteit zou daar deel van moeten uitmaken. Waar bevindt deze jongere zich op dit vlak, wat heeft die persoon nu nodig? Een leefgroep zou structureel rond seksuele gezondheid moeten werken.” 

 
Meer weten?