Praten over seksueel geweld is niet vanzelfsprekend

Praten over geweldpleging is niet vanzelfsprekend. Sommige slachtoffers zijn hiertoe niet in staat of durven het niet. Ze zijn bang voor de dader, vrezen dat ze niet geloofd zullen worden of hebben te kampen met enorme schuld- en schaamtegevoelens.

Een slachtoffer kan er jaren over doen om het geweld te onthullen.

De eerste meest vanzelfsprekende reflex is: “Dit mag nooit naar buiten komen.” Als slachtoffer ervaar je intense emotionele en lichamelijke reacties vlak na de verkrachting of aanranding. Meestal doet een slachtoffer zijn of haar uiterste best om zich “normaal” te gedragen en alles te vergeten.

Het is ook begrijpelijk dat je als slachtoffer bang bent voor de herbeleving. Het liefste wil je ieder beeld van dat misdrijf uit je hoofd verbannen. Maar zwijgen helpt niet en kan het trauma alleen maar verergeren: het onderdrukken is contraproductief en veroorzaakt juist meer herbeleving. 

Probeer daarom iemand in vertrouwen te nemen en er onmiddellijk over te praten. Door te praten met een hechte vriend/in of familielid, zet je al een hele stap vooruit. Je kan ook anoniem contact opnemen met een gratis hulplijn.

Het misdrijf onthullen is noodzakelijk om het achter je te laten. Zo kan je jouw reactie op het misdrijf en de gevolgen van het trauma beter begrijpen. 

Aangifte doen bij politie

Als je het slachtoffer bent geworden van seksueel geweld is de eerste stap naar een plaats te gaan waar je je veilig voelt: bij een vriend/vriendin, een familielid, gewoon thuis, bij de lokale politie, bij een hulpverlener, je huisarts, in een ziekenhuis,…  

Je kan ook altijd terecht bij de politie in jouw buurt. Zeker als je aangifte wil doen, is het belangrijk om zo snel mogelijk na de feiten naar de politie te gaan. Zij zullen je zo goed mogelijk opvangen.

De meeste politiediensten beschikken over extra opgeleid personeel en over specifieke opvanglokalen waar je rustig en zonder overbodige aanwezigen je verhaal kan doen.

Hier vind je de contactgegevens van jouw plaatselijk politiekantoor. Wil je liever door een politieambtenaar van jouw eigen geslacht opgevangen worden, dan kan je dit steeds vragen. In de mate van het mogelijke zal men daaraan tegemoet komen.

Het helpt om een vertrouwenspersoon mee te nemen. Heb je geen vertrouwenspersoon, dan kun je ook iemand van een hulpverleningsorganisatie vragen om met je mee te gaan.  

Ook jaren na de feiten kan het voor jou of eventuele andere slachtoffers zinvol zijn om alsnog aangifte te doen.  

Meer weten over wat er gebeurt met de aangifte? Lees meer op de site van de Zorgcentra Seksueel Geweld.  

Tips om na seksueel geweld sporen te bewaren

  • Ga onmiddellijk naar een Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG). Weet dat na 72 uur er nog weinig tot geen sporen meer overblijven die bruikbaar zijn voor forensisch onderzoek. 
  • Was of douche je niet, ook al is dit het eerste wat je zou willen doen. 
  • Probeer niet te drinken of je mond te spoelen als er oraal contact is geweest. 
  • Probeer niet te plassen en indien je wel moet, probeer het op te vangen in een potje en breng het mee naar het ZSG. 
  • Vermijd fysiek contact met andere mensen. 
  • Verzamel alle voorwerpen en kledingstukken die aanwijzingen kunnen bevatten in een papieren zak en breng ze mee naar het ZSG. Denk aan: de kleren die  je aanhad tijdens het seksueel geweld, de lakens waarop er mogelijks sporen (bv. sperma) van de pleger te vinden zijn, het papier waarmee je je na het seksueel geweld hebt afgewreven of het maandverband dat je in je slip hebt gelegd.  
  • Neem indien mogelijk verse kleren en schoenen mee: na het forensisch onderzoek kan je op het ZSG douchen en verse kledij aantrekken. Als dit niet lukt, geen nood: op het ZSG kan je ook vervangkledij krijgen of kan er nog iemand jouw kledij nabrengen.